Wan is van ons !!!

Met een zachte plof zette de man zich in kleermakerszit neer aan de rand van de rivier. Het water stroomde rustig door het riet en de wind blies zijn ijle witte haar spelend van zijn schouders. Met een zucht genoot de meester van de ideale feng shui om zich heen. Hij pakte zijn kruik en dronk het laatste water eruit op en legde deze naast zich neer. Er was even tijd om te rusten en te genieten en het hervullen van de kruik kon later ook. Voor hem lag het bamboewoud van de Eeuwige Pijn.

Het was niet anders, hij moest er door. Jarenlang had de Heksenkeizer van Thai Feng zijn gevangenen boven het snel groeiende bamboe gebonden waardoor er velen een pijnlijke dood gestorven waren. Volgens de overleveringen zou er diep rood bamboe groeien, daar waar het bloed de grond had bevuild.

Van buiten zag alles er rustig uit, maar de meester wist dat de verhalen over dit soort zaken beter serieus genomen konden worden. Hij zuchtte, dit keer omdat de gedachtegang van de afgelopen paar uur zijn zen hadden verstoord.

Hij pakte de kruik en boog zich voorover naar de beek om ze te vullen. Heel even… heel even leek er iets te weerspiegelen in het water achter hem.

Met een vloeiende beweging sprong hij recht en richtte zich op zijn tegenstander.

Er was niets te zien. Hij verscherpte zijn zintuigen en vlak voor het zwaard hem raakte kon hij zijn rug naar achteren krommen en het zwaard raakte met perfecte scherpte enkel een lok haar die niet snel genoeg was om het lichaam te volgen. Witte haren vlogen door de lucht. Zijn tegenstander was zichtbaar. Het was duidelijk een Yaojing. Maar hij zag er niet uit als wat hij zou verwachten uit
het bamboebos van de Eeuwige Pijn. Het wezen was geschubd en had geen zichtbare wondes waaruit ze bloedde of enig spoor van bamboe.

Nee, dit moest… zou het ?

Zijn vraag werd vrijwel direct beantwoord toen de Yaojing een dikke witte mist rond zich liet ontstaan. “Aah de Dlaak stuult zijn slaven wedelom op mij af ! Ik ben klaal!” Uit de mist vloeiden nog Yaojing. Sommige met wapens, sommigen met klauwen, maar allemaal met één doel: hem in stukken scheuren en de mist in trekken.

De meester pakte zijn simpele bamboe staf. Met de juiste tik op de grond schoot er een simpel doch vlijmscherp blad uit de top van de staf. Hij laadde zijn wapen met Chi en dit begon zachtjes te trillen en gloeien met de levenskracht die ze werd gevoed.

In de seconden daarna barstte het gevecht los waarin de meester de eerste aanvallen ontweek en reageerde met een serie steken en klappen die bijna onnavolgbaar waren met het blote oog. Hij eindigde met een aantal in rook opgaande Yaojing rond zich terwijl hij balanceerde op de top van een stuk riet.

Jullie holen hiel niet, veltlek nu en je mag je miezelige bestaan behouden.”

WAN IS VAN ONS!!!